Verjaring en klachtplicht

Voor een geslaagd beroep op verjaring dient te worden vastgesteld op welk moment de verjaringstermijn is gaan lopen. Artikel 3:310 lid 1 BW bepaalt in dat verband dat een rechtsvordering tot vergoeding van schade verjaart door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de benadeelde zowel met de schade als met de daarvoor aansprakelijke persoon bekend is geworden, en in ieder geval door verloop van twintig jaren na de gebeurtenis waardoor de schade is veroorzaakt. Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad gaat het hier om een subjectieve, daadwerkelijke bekendheid, zodat het enkele vermoeden van het bestaan van schade niet volstaat. Tevens volgt uit rechtspraak van de Hoge Raad dat de (verkorte) verjaringstermijn van artikel 3:310 lid 1 pas begint te lopen op de dag na die waarop de benadeelde daadwerkelijk in staat is een rechtsvordering tot vergoeding van de door hem geleden schade in te stellen. Daarvan is pas sprake als de benadeelde voldoende zekerheid heeft verkregen dat er schade is veroorzaakt door tekortschietend of foutief handelen van de betrokken persoon. Kortom, de aanvang van de verjaringstermijn is steeds afhankelijk van de omstandigheden van het geval

In een arrest van de Hoge Raad d.d. 9 juni 2017 (ECLI:NL:PHR:2017:511) vorderden enkele werknemers van een accountants- en belastingadvieskantoor een schadevergoeding van hun werkgever in. Dit in verband met de wijziging van een pensioenregeling. De werknemers waren ruim tien jaar na de betreffende wijziging een procedure tegen de werkgever gestart. In hoger beroep had de werkgever zich op verjaring beroepen. De werknemers verweerden zich daartegen. Zij stelden dat zij pas in een later stadium constateerde dat de wijziging van de pensioenregeling nadelig voor hen was. Alsmede dat zij ondeugdelijk waren geïnformeerd omtrent de financiële gevolgen als gevolg van de wijziging.

Onderbouwing

 

Het Hof oordeelde dat de werkgever het beroep op verjaring onvoldoende had onderbouwd. De werkgever had onvoldoende gesteld op welk moment de werknemers daadwerkelijk bekend waren geworden met de schade. In cassatie overwoog de Hoge Raad dat de werkgever slechts had gesteld dat de werknemers al geruime tijd bekend waren met het risico van vermindering van pensioen. Dit is onvoldoende voor het laten aanvangen van de (verkorte) verjaringstermijn van artikel 3:310 lid 1 BW. Daarbij merkte de Hoge Raad nog op dat voor het aanvangen van de verjaringstermijn niet is vereist dat de benadeelde bekend is met alle componenten van de schade. Bekendheid met enige schade volstaat. Vanaf dat moment is de benadeelde immers daadwerkelijk in staat om een vordering tot schadevergoeding in te stellen. Het oordeel van het Hof achtte men juist.

De werkgever had verder gesteld dat zij (indirect) een beroep had gedaan op de schending van de klachtplicht door de werknemers. De Hoge Raad nam bij de beoordeling daarvan artikel 6:89 BW als uitgangspunt. Zij verwoog dat de ratio van artikel 6:89 BW is dat een schuldenaar die een prestatie heeft verricht, wordt beschermd. De schuldenaar mag erop rekenen dat de schuldeiser met bekwame spoed onderzoekt of de prestatie aan de verbintenis beantwoordt. Indien dit niet het geval blijkt te zijn zulks met spoed aan de schuldenaar mededeelt. Verder overwoog De Hoge Raad dat ten eerste artikel 6:89 BW alleen toegepast kan worden als het verweer dat niet tijdig is geklaagd daadwerkelijk wordt gevoerd. Ten tweede het vervolgens op de weg van de schuldeiser ligt om gemotiveerd te stellen. Daarnaast zo nodig te bewijzen dat en op welk tijdstip hij heeft geklaagd. Ten slotte dat de schuldenaar de feiten die een beroep op artikel 6:89 BW kunnen dragen dient te stellen en zo nodig te bewijzen.

Oordeel

 

De Hoge Raad oordeelde dat het begrijpelijk was dat het Hof in de gegeven omstandigheden geen beroep op de klachtplicht had gelezen. Artikel 6:89 BW mag men ambtshalve niet toepassen. Het oordeel van de Hoge Raad was dat het beroep op de klachtplicht van de werkgever reeds op die grond faalde. Aan verdere beoordeling van het vermeend schenden van de klachtplicht door de werknemers werd daarom niet meer toegekomen.

Conclusie

 

Bij het enkel vermoeden van het bestaan van schade neemt de verjaringstermijn nog geen aanvang. Noodzakelijk is dat de benadeelde daadwerkelijk enige schade heeft geleden.  Daarnaast derhalve in staat is om een rechtsvordering tot vergoeding van schade in te stellen. Verder kan een beroep op de schending van de klachtplicht in elk geval niet slagen als daarop niet expliciet een beroep is gedaan.

 


Heeft u een vraag over dit onderwerp of bent u bent benieuwd wat wij voor u kunnen betekenen? Neem dan gerust contact op.

Gerelateerde blogs

De coronacrisis an sich rechtvaardigt geen eenzijdige wijziging van arbeidsvoorwaarden

Bekijk alle blogberichten

Zo kan het dus ook

Waarom Omnius?

Rechtzoekenden verwachten transparantie, servicegerichtheid en duidelijkheid over tarieven. Omnius voldoet aan die behoeften en maakt de juridische dienstverlening voor een brede groep ondernemers en particulieren toegankelijk.

Om u te voorzien van het beste advies werkt Omnius volgens de formule van trapsgewijze juridische hulp. Eerst legt u de hulpvraag kosteloos en vrijblijvend voor aan de intakebalie. Dat kan zeven dagen per week. Samen zoeken we naar het beste antwoord op uw vraag. Soms volstaat een digitale oplossing. Een andere keer is het beter om een advocaat in te schakelen. Verwacht altijd duidelijkheid over afspraken en tarieven.

  • 7 dagen per week bereikbaar

    Ook ’s avonds en in het weekend
  • Omnius Keurmerk

    Uw garantie voor service en kwaliteit
  • Juridische hulp in elke situatie

    Van eerstelijns advies tot bijstand van een gespecialiseerde advocaat
  • Overal in Nederland

    Het grootste juridische netwerk van Nederland met 190 advocaten
  • Als beste beoordeeld

    Op basis van 1951 beoordelingen van door ons geholpen rechtzoekenden
    8.0

Over ons

Met onze vooruitstrevende diensten en digitale oplossingen willen we het verschil maken in de – soms nog ouderwetse – juridische branche. De Omnius-formule heeft ervoor gezorgd dat we zijn uitgegroeid tot het grootste en meest succesvolle advocatennetwerk van het land.

Met 190 advocaten en meer dan 62 aangesloten kantoren, is Omnius het grootste advocatennetwerk van Nederland. Om de kwaliteit te waarborgen en de rechtzoekende ervan te verzekeren dat we onze beloftes nakomen, hebben we het Omnius Keurmerk in het leven geroepen. Het hoofdkantoor is te vinden in Utrecht, waar zo’n 45 medewerkers hun best doen om u te voorzien van de beste juridische hulp.

Er zijn advocaten gevonden.

Klik hier voor de resultaten.