Wetsvoorstel tot beperking van de wettelijke gemeenschap van goederen aangenomen door de Tweede Kamer

In 2014 hebben VVD, D66 en PvdA een initiatiefwetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer om de wettelijke gemeenschap van goederen te beperken. Op 19 april 2016 heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel aangenomen. Het wetsvoorstel wordt nu op korte termijn behandeld door de Eerste Kamer.

Volgens de initiatiefnemers sluiten het wetsvoorstel en de voorgenomen hervormingen beter aan bij de huidige (notariële) praktijk. Bovendien benadrukken de initiatiefnemers dat een nieuw huwelijksgoederenregime beter aansluit bij met name de wensen van de jongere generatie, alsmede de internationale ontwikkelingen. Volgens de initiatiefnemers is het tevens billijk om alleen hetgeen uit en door het huwelijk is gegenereerd bij ontbinding van het huwelijk te verdelen. De achtergrond van het wetsvoorstel is dus -kortweg- dat het oude wettelijke systeem, waarin er een algehele gemeenschap van goederen ontstaat , volgens de initiatiefnemers niet meer van deze tijd is.

 

Het wetsvoorstel beperkt de zogenoemde wettelijke gemeenschap van goederen. Op grond van de huidige wettelijke regeling ontstaat er tussen echtgenoten een gemeenschap van goederen zodra zij trouwen, tenzij echtgenoten huwelijkse voorwaarden opstellen. Dit betekent kortweg dat alles wat de echtgenoten hebben op het moment van trouwen gemeenschappelijk wordt, zowel de baten als de lasten, dus zowel alle goederen als alle schulden. Het wetsvoorstel beoogt hier verandering in te brengen. De beperkte gemeenschap van goederen impliceert dat alleen hetgeen wat echtgenoten tijdens het huwelijk opbouwen gemeenschappelijk wordt. Alles wat echtgenoten dus vóór het huwelijk hadden, blijft privé. Het wetsvoorstel regelt ook dat verschillende goederen/rechten niet langer in het gemeenschappelijke vermogen vallen, zoals bijvoorbeeld erfenissen en giften, zelfs als deze zonder uitsluitingsclausule zijn verkregen.

 

Tijdens het huwelijk zullen er dus drie vermogens zijn, één gemeenschappelijk vermogen, een privévermogen van de ene echtgenoot en een privévermogen van de andere echtgenoot. Er is dan sprake van een beperkte gemeenschap van goederen in plaats van een algehele gemeenschap van goederen. Echter, om na te gaan wat wanneer reeds bestond is het cruciaal dat de echtgenoten tijdens het huwelijk hun privévermogens en het gemeenschappelijk vermogen goed van elkaar gescheiden houden. Dit betekent dat hiervoor een administratie moet worden bijhouden. Dit gebeurt in de praktijk echter vrijwel nooit.

 

Volgens de initiatiefnemers van het wetsvoorstel speelt het bewijsvermoeden in dit kader een belangrijke rol. De wet schrijft -kortweg- voor dat al het aanwezig vermogen vermoed wordt gemeenschappelijk te zijn. De echtgenoot die stelt dat een goed niet gemeenschappelijk is, zal dit moeten bewijzen. Dit is volgens de initiatiefnemers een oplossing voor het feit dat weinig echtgenoten tijdens het huwelijk een nauwkeurige administratie bijhouden van het inkomen en vermogen. Het ontbreken van een administratie levert echter, ondanks het bestaan van een wettelijk bewijsvermoeden, problemen op in de praktijk. De discussie tussen echtgenoten tijdens een echtscheidingsprocedure zal daardoor waarschijnlijk meer dan voorheen gericht zijn op het afwikkelen van de gemeenschap, meer in het bijzonder op het vaststellen van het privévermogen en het vaststellen van eventuele vergoedingsrechten.

 

Naast de beperking in de gemeenschap van goederen regelt het wetsvoorstel ook het verhaal van privéschuldeisers op gemeenschapsgoederen en bepaalt het wetsvoorstel hoe het ondernemingsvermogen van één van de echtgenoten binnen de gemeenschap van goederen valt. Voor ondernemers die reeds een onderneming hadden voor het huwelijk zal in beginsel gelden dat de onderneming buiten de huwelijksgemeenschap valt. Wel behoort de winst die tijdens het huwelijk is gemaakt en niet is uitgekeerd en het verlies in dezelfde periode tot de gemeenschap. Voor ondernemers die tijdens het huwelijk gaan ondernemen geldt dat de onderneming in de beperkte gemeenschap valt. Daarnaast wordt de regeling over de draagplicht van schulden aangepast.

 

De voorgestelde wetgeving zal alleen voor nieuwe huwelijken gaan gelden. Of het voorstel daadwerkelijk in werking treedt is afhankelijk van de behandeling in de Eerste Kamer. Het is dus nog onduidelijk of en wanneer het huidige wetsvoorstel daadwerkelijk in deze vorm in werking zal treden.

 

 


Heeft u een vraag over dit onderwerp of bent u bent benieuwd wat wij voor u kunnen betekenen? Neem dan gerust contact op.

Gerelateerde blogs

Wie mag het kind erkennen: de ouder of de nieuwe partner?

Bekijk alle blogberichten

Zo kan het dus ook

Waarom Omnius?

Rechtzoekenden verwachten transparantie, servicegerichtheid en duidelijkheid over tarieven. Omnius voldoet aan die behoeften en maakt de juridische dienstverlening voor een brede groep ondernemers en particulieren toegankelijk.

Om u te voorzien van het beste advies werkt Omnius volgens de formule van trapsgewijze juridische hulp. Eerst legt u de hulpvraag kosteloos en vrijblijvend voor aan de intakebalie. Dat kan zeven dagen per week. Samen zoeken we naar het beste antwoord op uw vraag. Soms volstaat een digitale oplossing. Een andere keer is het beter om een advocaat in te schakelen. Verwacht altijd duidelijkheid over afspraken en tarieven.

  • 7 dagen per week bereikbaar

    Ook ’s avonds en in het weekend
  • Omnius Keurmerk

    Uw garantie voor service en kwaliteit
  • Juridische hulp in elke situatie

    Van eerstelijns advies tot bijstand van een gespecialiseerde advocaat
  • Overal in Nederland

    Het grootste juridische netwerk van Nederland met 180 advocaten
  • Als beste beoordeeld

    Op basis van 1784 beoordelingen van door ons geholpen rechtzoekenden

Over ons

Met onze vooruitstrevende diensten en digitale oplossingen willen we het verschil maken in de – soms nog ouderwetse – juridische branche. De Omnius-formule heeft ervoor gezorgd dat we zijn uitgegroeid tot het grootste en meest succesvolle advocatennetwerk van het land.

Met 180 advocaten en meer dan 50 aangesloten kantoren, is Omnius het grootste advocatennetwerk van Nederland. Om de kwaliteit te waarborgen en de rechtzoekende ervan te verzekeren dat we onze beloftes nakomen, hebben we het Omnius Keurmerk in het leven geroepen. Het hoofdkantoor is te vinden in Utrecht, waar zo’n 45 medewerkers hun best doen om u te voorzien van de beste juridische hulp.

Er zijn advocaten gevonden.

Klik hier voor de resultaten.