Verjaring in het strafrecht

11.12.2020

Uit artikel 6 EVRM vloeit de verplichting voort dat het Openbaar Ministerie binnen een redelijke termijn over moet gaan tot de berechting van een verdachte. Mocht de rechter oordelen dat de redelijke termijn is overschreden, dan kan daar – in het geval dat de overschrijding niet aan de verdachte valt toe te rekenen – rekening mee worden gehouden in de op te leggen straf. Naast de ‘redelijke termijn’ kent het strafrecht ook een verjaringsregeling die uiteen valt in vervolgingsverjaring (artikel 70 tot en met 73 Wetboek van Strafrecht) en executieverjaring (artikel 76 en 76a Wetboek van Strafrecht). Over de vervolgingsverjaring gaat deze blog.

Artikel 70 Wetboek van Strafrecht is erop gebaseerd dat naarmate de ernst van het (strafbare) feit toeneemt, de verjaringstermijn oploopt. Voor de bepaling van de termijn is namelijk de kwalificatie als ‘overtreding’ (artikel 70 lid 1 onder 1 Wetboek van Strafrecht) of ‘misdrijf’ (artikel 70 lid 1 onder 2-4 en lid 2 Wetboek van Strafrecht) beslissend. Het recht tot strafvordering van het Openbaar Ministerie vervalt door verjaring 1) in drie jaren voor alle ‘overtredingen’, 2) in zes jaren voor de ‘misdrijven’ waarop geldboete, hechtenis of gevangenisstraf van niet meer dan drie jaren is gesteld, 3) in twaalf jaren voor de ‘misdrijven’ waarop tijdelijke gevangenisstraf van meer dan drie jaren is gesteld, 4) in twintig jaren voor de ‘misdrijven’ waarop gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld. De misdrijven waarop een maximale gevangenisstraf van twaalf jaar of meer is gesteld en enkele zedenmisdrijven die jegens minderjarigen zijn gepleegd verjaren niet. Na het verstrijken van de in artikel 70 Wetboek van Strafrecht genoemde termijn is het Openbaar Ministerie in beginsel niet-ontvankelijk in de vervolging.

Bepaling verjaringstermijn

Voor de bepaling van de verjaringstermijn is het (strafbare) feit zoals dat ten laste wordt gelegd beslissend. De in de tenlastelegging opgenomen (strafbare) feiten én data zijn bijgevolg leidend bij de beoordeling of de strafvervolging is verjaard. De strafvervolging vangt met het uitbrengen van de dagvaarding waar de tenlastelegging in is opgenomen aan.

Behandeling strafzaken

Dat zelfs het Openbaar Ministerie de toepasselijke verjaringstermijn(en) uit het oog kan verliezen bleek uit de behandeling van de zaak van Patricia Paay betreffende de verspreiding van het plasseksfilmpje in oktober 2020. In deze strafzaak werden twee mannen onder meer verweten dat zij – met de verspreiding van het plasseksfilmpje – het portretrecht van mevrouw Paay hadden geschonden. De schending van het portretrecht is strafrechtelijk gesanctioneerd in artikel 35 Auteurswet. Ingevolge het tweede lid van dit artikel betreft dit een ‘overtreding’ als bedoeld in artikel 70 Wetboek van Strafrecht. Op grond van artikel 70 Wetboek van Strafrecht is de vervolging van een overtreding aan een verjaringstermijn van drie jaar onderhevig. Nu de verweten overtreding volgens het door het Openbaar Ministerie opgestelde tenlastelegging “op of omstreeks 9 februari 2017” zou zijn gepleegd. En de dagvaarding door het Openbaar Ministerie eerst pas op 15 september 2020 was uitgebracht (waarmee de strafvervolging was aangevangen), werd het Openbaar Ministerie op dit punt niet-ontvankelijk verklaard in zijn vervolging van de verdachten. Via deze link is de uitspraak te lezen: https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBNHO:2020:8698.

Ook bij de behandeling van strafzaken blijft het aldus van belang om ook de toepasselijke verjaringsregels mee te nemen. Dit kan namelijk een positieve uitwerking hebben op de belangen van de verdachte.

Voor vragen over de inhoud van dit blog of andere strafrecht vraagstukken kunt u contact opnemen met Floris de Lugt van AD Advocaten.

Disclaimer

Dit artikel geeft algemene voorlichting. De vastgestelde regelgeving is aan verandering onderhevig. Het gebruik van de inhoud is voor eigen rekening en risico. Consulteer voor concreet advies een ter zake kundig advocaat/jurist.


Heeft u een vraag over dit onderwerp of bent u bent benieuwd wat wij voor u kunnen betekenen? Neem dan gerust contact op.

Gerelateerde blogs

De strafbeschikking

05.10.2018
Bekijk alle blogberichten

Zo kan het dus ook

Waarom Omnius?

Rechtzoekenden verwachten transparantie, servicegerichtheid en duidelijkheid over tarieven. Omnius voldoet aan die behoeften en maakt de juridische dienstverlening voor een brede groep ondernemers en particulieren toegankelijk.

Om u te voorzien van het beste advies werkt Omnius volgens de formule van trapsgewijze juridische hulp. Eerst legt u de hulpvraag kosteloos en vrijblijvend voor aan de intakebalie. Dat kan zeven dagen per week. Samen zoeken we naar het beste antwoord op uw vraag. Soms volstaat een digitale oplossing. Een andere keer is het beter om een advocaat in te schakelen. Verwacht altijd duidelijkheid over afspraken en tarieven.

  • 7 dagen per week bereikbaar

    Ook ’s avonds en in het weekend
  • Omnius Keurmerk

    Uw garantie voor service en kwaliteit
  • Juridische hulp in elke situatie

    Van eerstelijns advies tot bijstand van een gespecialiseerde advocaat
  • Overal in Nederland

    Het grootste juridische netwerk van Nederland met 274 advocaten
  • Als beste beoordeeld

    Op basis van 1951 beoordelingen van door ons geholpen rechtzoekenden
    8.1

Over ons

Met onze vooruitstrevende diensten en digitale oplossingen willen we het verschil maken in de – soms nog ouderwetse – juridische branche. De Omnius-formule heeft ervoor gezorgd dat we zijn uitgegroeid tot het grootste en meest succesvolle advocatennetwerk van het land.

Met 274 advocaten en meer dan 110 aangesloten kantoren, is Omnius het grootste advocatennetwerk van Nederland. Om de kwaliteit te waarborgen en de rechtzoekende ervan te verzekeren dat we onze beloftes nakomen, hebben we het Omnius Keurmerk in het leven geroepen. Het hoofdkantoor is te vinden in Utrecht, waar zo’n 45 medewerkers hun best doen om u te voorzien van de beste juridische hulp.

Er zijn advocaten gevonden.

Klik hier voor de resultaten.